Natuurlijk kom ik ze tegen in mijn werk als wijkcoach en ook daarbuiten; de gezinnen die zich met gemak voegen naar de coronamaatregelen, en die probleemloos meebewegen met elke verscherping of versoepeling ervan. De kinderen die het testen prima vinden en trots zijn op hun testdiploma. Of kinderen die genieten van de rust die het ingeperkte sociale leven biedt, omdat er minder haast is. Het leven in coronatijd is immers niet alleen maar kommer en kwel.

Toch is er ook die andere kant. Daar waar kinderen vreselijk in de knel zijn gekomen. Omdat het leven ineens een wending heeft genomen waar het niet op berekend was.  Zo zijn er kinderen die uit het zicht zijn geraakt van hun leerkracht, hulpverlener of familie en die het slachtoffer zijn geworden van slechte omstandigheden thuis. Huiselijk geweld, verwaarlozing, mishandeling, seksueel misbruik, thuis of online. Het aantal meldingen loopt op. 

Er zijn kinderen die nog nauwelijks contact hebben met mensen waar zij van houden, uit angst hen ziek te zullen maken. Belangrijke steunfiguren verdwijnen en het gemis is groot. Ook zijn er kinderen waarvan het brein hevig protesteert tegen het wegvallen van het vertrouwde. Met huilbuien, apathie, woedeaanvallen of dwanghandelingen, alles gericht op het weer veilig krijgen van het eigen bestaan.
 
Ik zie het allemaal passeren, tijdens de schaarse huisbezoeken die ik nog afleg. Of ik luister naar de verhalen van stuurloze gezinnen, tijdens zoomgesprekken. Op afstand betrokken lees ik verdrietige appjes en bezorgde mails. Het is moeilijk om verbinding te houden. En ik vraag me af waar dit naartoe gaat, als we het roer niet snel omgooien.
 
Kinderen horen zich te ontwikkelen in veiligheid, in verbondenheid en in vrijheid. Want zo ontwikkelt een kind zich nou eenmaal het best. Dat kunnen we als samenleving mogelijk maken, door te investeren in het welzijn van onze jeugd. Door het contact met familie, vrienden en steunfiguren goed te onderhouden. Door duurzaam te bouwen aan goede gezondheidszorg, voor lichaam en voor geest. Door te werken aan veiligheid en aan vertrouwen. Door nu de focus te verplaatsen van ziekte naar gezondheid. En bovenal weer te gaan investeren in het leven.